Pesticiden in CBD: zo lees je een screening op het labrapport
Een lange lijst met vreemde namen op een labrapport. Drie kolommen bepalen wat die lijst je werkelijk vertelt.
Gereviewed door Bernard Vos op
Laatst bijgewerkt op
In het kort
- Een pesticide-rest lost mee op in het extract en zit daarna in minder materiaal.
- Een screening meet een vaste lijst stoffen met een massaspectrometer.
- Zonder eigen norm geldt in de EU 0,01 milligram per kilo als maximum.
Waarom telt een pesticide-rest zwaarder in een extract?
Een pesticide-rest lost mee op in het extract en zit daarna in minder materiaal. Je ziet daar op een etiket niets van terug. Alleen een meting maakt het duidelijk.
Vergelijk het met het inkoken van soep. Het water verdwijnt, en de smaak blijft in een kleinere pan achter.
Stel: voor één liter olie gebruikt een fabrikant tientallen kilo's plantmateriaal. Alles wat daaraan hing, eindigt in die ene liter. Een spoor uit het veld wordt zo een spoor in de fles.
Bestrijdingsmiddelen lossen net als cannabinoïden goed op in vet en in CO₂. Een extractiestap scheidt de twee daarom niet vanzelf (Bron: Dryburgh et al., 2018). Wat er in die stap gebeurt, staat bij wat er in de extractiestap met het plantmateriaal gebeurt.
Een residu, oftewel een achtergebleven restje, breekt tijdens die stap ook niet af. De temperatuur blijft laag genoeg om de plantstoffen heel te houden. Wat erin zat, komt er dus grotendeels weer uit.
De teelt bepaalt of er überhaupt iets te vinden is. Hennep staat bekend als een gewas met lage ziektedruk. Hoe dat gewas op het veld staat, staat bij hoe hennep als landbouwgewas wordt geteeld.
Ook overwaaien vanaf een buurperceel telt mee. Een middel dat een buurman gebruikt, kan op het hennepveld landen.
Wat meet een lab in een pesticiden-screening?
Een screening meet een vaste lijst stoffen met een massaspectrometer. Je koopt dus geen test op alles, maar een test op die ene lijst. Zo'n apparaat herkent stoffen aan hun gewicht.
Twee technieken doen het werk samen. LC-MS/MS meet stoffen die in vloeistof blijven. GC-MS/MS meet stoffen die makkelijk verdampen.
Een standaardpanel telt enkele tientallen stoffen. Een uitgebreid panel loopt op tot ruim honderd stoffen.
Voor de meting lost een lab een klein monster op in een oplosmiddel. Daarna scheidt een kolom de stoffen, en de detector herkent ze aan hun massa. Zo krijgt elke stof een eigen piek in de meting.
De Europese toezichthouder rapporteert elk jaar over residuen in levensmiddelen. Zo'n overzicht toont ook welke stoffen labs standaard in hun panel zetten.
| Groep | Waartegen het middel wordt gebruikt | Waarom een lab erop meet |
|---|---|---|
| Insecticiden | Insecten op blad en bloem. | Resten blijven aan het plantweefsel hangen. |
| Fungiciden | Schimmel op de plant. | Ze trekken in het weefsel en spoelen er niet af. |
| Herbiciden | Onkruid tussen het gewas. | Ze bereiken de plant via de bodem. |
| Groeiregulatoren | Sturing van de plantvorm. | Ze blijven lang in het weefsel aanwezig. |
Een lab noteert per stof een eigen regel. Een stof zonder regel in de lijst zat niet in het panel.
Waar staat de screening op een analysecertificaat?
De screening staat als een lange lijst met stofnamen, uitslagen en grenswaarden. Je herkent het blok aan de vreemde namen in de linkerkolom.
Drie kolommen dragen de informatie: de uitslag, de meetgrens en het toegestane maximum. Als eenheid gebruiken labs hier milligram per kilo.
Bij de meeste stoffen staat ND, de korte schrijfwijze voor niet aangetoond. Zo'n uitslag ligt onder de meetgrens van het lab. Wat die meetgrens precies zegt, staat bij waarom niet aangetoond iets anders is dan nul.
Onderin het blok staat een samenvattend oordeel over de hele lijst. Eén overschrijding kleurt dat oordeel, ook als de rest schoon blijft.
Kijk daarna naar de kop van het rapport. Datum en batchnummer horen bij de partij in jouw kast. Die controle staat stap voor stap bij het nagaan of een screening bij jouw partij hoort.
Het rapport als geheel komt aan bod bij hoe je een analysecertificaat van boven naar beneden doorloopt.
Welk maximum geldt er in de EU?
Voor bestrijdingsmiddelen geldt in de EU een maximumresidugehalte per stof en per gewas. Je vindt dat getal terug in de kolom naast de uitslag. Het gaat om de hoogst toegestane restwaarde.
Die maxima staan in Verordening (EG) 396/2005. Een stof zonder eigen waarde valt terug op 0,01 milligram per kilo.
Dat standaardgetal ligt laag. Het staat gelijk aan tien microgram per kilo. Boven die waarde hoort een lab een overschrijding te melden.
Hennepzaad heeft eigen waarden in de Europese databank. Voor een extract uit hennep ligt dat minder eenduidig vast.
Die maxima gelden voor levensmiddelen zoals ze worden verkocht. Voor een olie telt dus de waarde in de fles.
Wat laat een screening niet zien?
Een screening meet alleen de stoffen die op de lijst van het lab staan. Je leest daarin dus geen uitspraak over de rest.
Een middel buiten het panel krijgt geen regel en geen uitslag. Het rapport zwijgt erover.
Vraag daarom hoeveel stoffen het panel telt. Een merk met een gepubliceerd rapport kan dat aantal doorgaans direct noemen.
Iemand die twee rapporten naast elkaar legt, let op twee dingen. Het gaat om het aantal geteste stoffen en om de meetgrens per stof.
Ook het moment van meten telt. Een lab meet één monster uit één partij, op één dag. Een volgende oogst vraagt dus om een nieuw rapport.
De tweede groep verontreinigingen valt buiten dit panel. Metalen krijgen een eigen meting, zoals staat bij waarom hennep metalen uit de bodem opneemt.
Is een biologisch keurmerk hetzelfde als een schone screening?
Een biologisch keurmerk gaat over de teeltregels, niet over een meting in de fles. Je krijgt er dus een ander soort zekerheid voor terug.
Bij biologische teelt gelden regels voor toegestane middelen en meststoffen. Een controleur toetst het bedrijf en de administratie. De fles zelf gaat daarbij niet door een apparaat.
Een screening werkt precies andersom. Die meet het eindproduct, ongeacht hoe het gewas is geteeld.
Samen zeggen ze het meest. Een biologisch certificaat dekt de teelt, en een recente screening dekt de fles.
Stel: twee flesjes staan naast elkaar in een winkel. Het ene draagt een biologisch logo zonder rapport, het andere een screening zonder logo. Over de inhoud van de fles zegt het tweede flesje meer.
Merken publiceren hun rapporten per product. Bekijk daarvoor het aanbod CBD-olie met een labrapport per product en waar je bij CBD-kwaliteit verder op let. De hele kennisbank staat op het overzicht van CBD-onderwerpen.
Veelgestelde vragen
Zitten er pesticiden in CBD-olie? Dat verschilt per teelt en per partij. Een screening op het labrapport toont per stof de gemeten waarde en het toegestane maximum.
Hoeveel stoffen test een lab? Een standaardpanel telt enkele tientallen stoffen, een uitgebreid panel ruim honderd. Vraag het aantal op als het niet op het rapport staat.
Is biologische CBD automatisch residuvrij? Nee. Een keurmerk regelt de teelt, terwijl een screening het eindproduct meet.
Laatst gecontroleerd op 2026-08-14, zie redactiebeleid en auteur.
Deze informatie gaat over het lezen van een labrapport en is geen medisch advies. Gebruik je medicijnen of ben je zwanger? Overleg dan eerst met je huisarts of apotheker.
Bronnen
- 1.Verordening (EG) 396/2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen — European Commission (). Geraadpleegd op 14 augustus 2026.
- 2.The European Union report on pesticide residues in food — European Food Safety Authority (). Geraadpleegd op 14 augustus 2026.
- 3.Cannabis contaminants: sources, distribution, human toxicity and pharmacologic effects — British Journal of Clinical Pharmacology (). Geraadpleegd op 14 augustus 2026.
- 4.Analysecertificaten en etiketdata in het CBDviva-assortiment — CBDviva productcatalogus (). Geraadpleegd op 14 augustus 2026.